Sneeuwteun.
Het is hartje winter.
De wereld heeft moeite om alles te laten werken.
De treinen en bussen rijden niet.
Mensen komen te laat op het werk.
De zoveelste laag pekel wordt gestrooid.
Mensen lopen als verkleedde tuinkabouwters met mutsen, sjaals en snowboods over straat.
Teun zit op de vensterbank en kijkt naar buiten.
De wereld was gisteren toch grijs?
Wat is het licht!
Wat is het wit!
De tuindeur gaat openen ik zet mijn eerste stappen in de sneeuw.
Het plakt aan mijn pootjes en het is koud.
Met mijn achterpoten duuw ik mijn voorpoten door de sneeuw.
Mijn kop wordt wit.
Snuffelen en graven.
Wat zit er allemaal onder dat witte tapijt?
Waar is de vijver gebleven?
Lekker glijden van het dak.
Na vele sprongen door de tuin zijn mijn pootjes koud.
Ik spring op de vensterbank en mauw naar de baas.
Wat is het heerlijk warm binnen.
Straks ga ik wel weer buiten spelen.
Wat drinken jullie?
Warme chocolademelk!
Doe mij maar een kattensnoepje.
|